Ik ben meestal begonnen met mijn kinderen te leren lezen tussen hun 3 en 4 jaar. Bij mijn eerste kind een tijdje zelfs nog vroeger: rond +/- 9 maanden. Toen was ik al hevig op zoek, want ik wou mijn kind zo snel mogelijk leren lezen zodat ze op die manier ook Jehovah zou kunnen leren kennen via de bijbel en de bijbelse publicaties.
Ik had daar voor het systeem “Happy Genius” aangekocht, waar ik ergens iets over gelezen had. Het werkt echt, maar je moet het natuurlijk wel regelmatig onderhouden. Wat er bij mij dus niet van kwam. Niettemin, de rode basiswoorden van dat systeem kenden mijn kinderen daardoor al snel, al heb ik die dus nadien telkens pas later aangeleerd. (Later kwam ik te weten dat het geen “veilige” woorden waren, maar meer daarover verder in deze blog.) Ik had zelf nog de naam “Jehovah” toegevoegd aan de achterkant van één van de woordkaarten en die heb ik sindsdien elk van mijn kinderen steeds eerst geleerd. :-)
Later ontwikkelde ik mijn eigen systeem, wat wel vol te houden was voor mij, en zelfs nog beter werkte omdat het aan meerdere doelen tegelijk beantwoordde.
Ik ben begonnen met Natascha regelmatig les te geven toen ze 3,5 jaar was. Pas meer dan een jaar later ben ik eigengemaakte leesoefeningen beginnen toevoegen. (Maar bij de volgende kinderen begon ik hier dus reeds veel vroeger mee.) Ik ben begonnen met prentjes uit te knippen in speelgoedboekjes enz. Bij de Lidl verkochten ze toen juist lege huishoudetiketten. Zo kwam ik op het idee om daarop de woorden te schrijven en haar die dan bij de juiste prentjes te laten plakken. (Want zelf laten schrijven is op die leeftijd echt geen optie, tenzij je een kind hebt dat niets liever doet natuurlijk en per uitzondering dit al echt kan.) Ik las eerst luidop de woorden voor op de etiketten en wees ze tegelijk ook aan. Nadien gaf zij ze dan de juiste plaats op haar blad.
Later ben ik ook dingen zelf gaan tekenen en wat ik niet kon, gaan overtrekken van afbeeldingen. Ik heb nog heel wat middelen geprobeerd om dit werk te vergemakkelijken en minder tijdrovend te maken. Het kwam er op neer, dat het enkele jaren eindeloos veel teken-, kopieer- knip- en plakwerk geweest is! Als je één kind hebt, is dat geen moeite, maar met meerdere kinderen… (Hoera voor de komst van de computer in dit gezin!)
Dit systeem met zelfklevende etiketten was meteen raak! Kleuters en ook oudere kinderen vinden het haast altijd fantastisch om stickers te kunnen plakken.
Later ben ik dan bij een boekenwinkel op zoek gegaan naar eerste leesboekjes. Die waren van de leesmethode maan-roos-vis. Daarin stonden belangrijke tips over “veilig” leren lezen. Zo kwam ik er achter dat je sommige woorden nog moet vermijden, dat je alleen woorden mag aanleren die klinken zoals je ze schrijft. Dus wel: maan, roos, vis, teen, pen enz. Maar niet: bed, rood, lach, enz. Deze klinken als: bet, root, lag. Dit is om verwarring en verwisseling te voorkomen. (En voor kinderen met aanleg voor dyslexie is dit nog meer belangrijk, wat tegenwoordig toch veel voorkomt.) Ook het “verklanken” van de letters is belangrijk. Veel ouders leren hun kind al in de kleutertijd het alfabet opzeggen. Maar dat is nu net verkeerd. Zo leren ze de letters verkeerd uitspreken (aa bee em es…) en dit maakt het juist moeilijker om te leren lezen. Ik maakte die fout daarvoor dus ook met mijn eerste kind. Toen ik dit te weten kwam, ben ik onmiddellijk begonnen met alles te verklanken, en echt, ze vloog vooruit! Binnen de kortste keren kon ze alles lezen. Ze had dit veel vroeger gekund, moest ik over dat verklanken van het begin af geweten hebben. Het bleek het enige obstakel te zijn dat tussen haar en het daadwerkelijke lezen, stond!
Dus als je bv. het woord “maan” aanleert, zeg je NIET “em aa en” (als je dat vlot achter elkaar zegt, hoor je GEEN “maan” maar “emaaen”!), MAAR “mmm aaa nnn” (als je dat vlot achter elkaar zegt, hoor je WEL “maan”!). Of bij het woord “vis” zeg je NIET “vee ie es”, MAAR “vvv i sss” (dus ook niet “vvv ie sss”, want dan zeg je eigenlijk “vies”). Man wordt dan “mmm a nnn” enz. Zo leren ze al snel klanken herkennen en combineren met wat ze zien. Zodra ze dat verklanken onder de knie hebben, kunnen ze eender welk soortgelijk woordje lezen dat ze nog nooit gezien of gehoord hebben.
Het doel van dat verklanken is dus dat ze door de gelezen klanken steeds vlotter na elkaar te zeggen, ze op die manier ontdekken dat ze wel degelijk woordjes aan het uitspreken zijn en dus kunnen lezen! Ze gaan dit dan toepassen op alles wat ze tegenkomen, en zo lezen ze al snel overal woorden en zinnen.
Verder moet je ook nog lettergrepen vermijden. Pas als een kind het technisch lezen van die “veilige” woorden onder de knie heeft, dan voeg je langzaam aan de moeilijkere woorden toe. Tussen hun 6 en 7 jaar, terwijl andere kinderen op school nog zaten te zwoegen op hun allereerste woordjes, konden onze kinderen al alles lezen wat ik ze voorschotelde, zelfs de meeste moeilijkere woorden. Wanneer ze het technisch lezen onder de knie hebben, dan pas komt het begrijpend lezen. Eenvoudige teksten op hun niveau begrepen ze al zodra ze het technisch lezen onder de knie hadden (tussen hun 5 en 6 jaar). De moeilijkere teksten (zoals bv. in de bijbel), tussen hun 6 en 7 jaar. Vanaf dan is het alleen nog maar een kwestie van de betekenis van nieuwe en vreemde woorden leren kennen, om teksten volledig te kunnen begrijpen. Maar dit mocht dus evengoed in een encyclopedie zijn als in een kinderboek.
Wanneer ze toe waren aan lettergrepen (nadat ze dus “veilig” hadden leren lezen), leerde ik hen langere woorden opsplitsen in kortere stukjes. Ze moesten dan hun vinger gebruiken om een deel van een woord af te dekken en zo op te schuiven tot ze elk deeltje gelezen hadden en dan het hele woord konden vormen. In het begin moeten ze dit vaker doen met hetzelfde woord, voordat ze doorhebben wat er staat. Maar al na een paar keer oefenen waren ze er mee weg. Aangezien ze al die korte woorden zoals in de maan-roos-vis-methode, al onder de knie hadden op dat moment, waren woorden met lettergrepen vaak gewoon een combinatie van zulke kortere woordjes. Eens ze dat doorhadden, konden ze ook onbekende woorden met lettergrepen “ontcijferen”. In het begin zijn vooral “open” lettergrepen een moeilijkheid, omdat die tegen hetgeen ze leerden, ingaan. Maar als hun basiskennis over lezen stevig en degelijk is, hebben ze alleen maar elke keer een nieuwe regel toe te voegen en zijn ze al snel terug zelfzeker over hun kunnen.
Ik weet nog hoe mijn zoontje van +/- 7,5 jaar, mij op een dag kwam vragen of ik wist hoe je bij orka’s (één van zijn favoriete dieren) kon zien of het een mannetje of een vrouwtje was. Aangezien ik dat niet wist, was ik wel benieuwd naar zijn uitleg. Hij kon me netjes vertellen hoe je dat zag. Hij klonk als een verstandige jongen van 10 jaar of ouder. Hij had dit net gelezen in een informatieve boek over dieren... Ik stond versteld en was dolgelukkig! Want, tot voordat hij begrijpend kon lezen, voelde hij zich totaal niet aangetrokken tot het kunnen lezen. Dus daar was ik wel een beetje ongerust over, aangezien onze dochters haast allemaal amper konden wachten om zelf te kunnen lezen… Maar zodra hij ontdekte dat hij zulke dingen te weten kon komen, is hij de ene informatieve boek na de andere gaan verslinden :-). Wat dus resulteerde in zo’n situaties als hierboven, dat hij mij een hele uitleg kwam geven over wat hij nu weer eens ontdekt had. :-) Onze meisjes hielden meer van verhalen op die leeftijd, maar hem maakte je blij met encyclopedieën en andere informatieboeken! :-)
Ik heb dit steeds gestimuleerd door, telkens hij ergens iets interessant las in het begin dat hij kon lezen, hem er de aandacht op te vestigen dat hij zo nog veel meer te weten ging kunnen komen als hij goed zijn best bleef doen op zijn leesoefeningen. En voilà. Hij leest nog altijd heel graag.
Bij mijn eerste kind, Natascha, had ik ook vlot een stimulatiemiddel gevonden. Zij hield als kleutertje al snel van boeken en wou weten waar de verhalen/woorden erin over gingen.
Nu, wat mij zelden lukte, was haar voorlezen. Ik deed dat wel eens, maar het was echt maar heel zelden. Veel ouders lezen hun kinderen haast elke avond voor enz. Ik hield dat nooit vol, had daar het geduld niet voor. Vond dat ook vrij nutteloos toen. Later kwam ik te weten dat dit ook bedoeld is om taalvorderingen te stimuleren bij een kind enz. Maar aangezien mijn kinderen allemaal jonger konden lezen dan schoolgaande kinderen, en dit steeds probleemloos, heb ik hen duidelijk geen tekort gedaan op dat vlak door hen zelden of nooit voor te lezen.
Dus telkens als Natascha kwam vragen waar een boekje over ging, dan moedigde ik haar aan om maar flink haar leesoefeningen te blijven doen en dan zou ze dat zelf kunnen lezen en ontdekken. En dat werkte echt. Want natuurlijk, dag in dag uit zo’n werkbladen maken, gaat ook wel eens vervelen. Dus als de zin even weg was, dan stimuleerde ik haar met het vooruitzicht eindelijk te weten te kunnen komen wat er in al die boeken staat… :-) Beloven dat je een boek gaat KUNNEN lezen is zo eens iets anders dan beloven dat je een koekje gaat krijgen hè… hihi.
Wel, vanaf het moment dat ze kon lezen, heeft ze die boeken vastgegrepen en amper nog losgelaten! De meeste van de leesboeken die ik heb, heb ik vooral voor haar gekocht. Ik ben er zeker van dat ze toch minder gestimuleerd was geweest om zo vlot te willen lezen, als ze al die verhaaltjes al had gekend door het voorlezen…
Onze 5 kinderen lezen allen echt fantastisch. Ze spreken hun woorden mooi uit, vloeiend, lezen met de juiste nadruk, letten op de leestekens, enz. (naargelang hun leeftijd natuurlijk). Ook in andere talen doen ze steeds hun best om dit toe te passen. Ze kregen hiervoor al eindeloos veel complimenten (en ik ook). :-)
Dus mijn eigen leesmethode is ZEER geslaagd en daar ben ik echt wel fier op en vooral Jehovah heel dankbaar voor! Want ook dit vroeg ik aan hem toen ik met dit alles begon. Ik wou dat mijn kinderen zo snel en zo goed mogelijk zijn Woord konden onderzoeken, zodat ze hem ook zouden leren kennen.
Het kunnen lezen het allerbelangrijkste is dat je een kind kunt geven! Als ze kunnen lezen, kunnen ze al het andere leren. Het is als het ware de deuropening naar de rest van de wereld. Ik kon daar niet vroeg genoeg mee beginnen!
In het begin leerde ik Natascha willekeurige woorden. Maar toen ik die richtlijnen van maan-roos-vis leerde kennen, ben ik permanent overgestapt op alleen “veilige” woordjes. Later ben ik dat steeds gaan verfijnen. Ze kregen dan om de dag 2 nieuwe woordjes aangeboden, die heel verschillend waren, om verwarring te voorkomen. De andere dag kregen ze dan een herhalingsoefening en dan de volgende dag weer nieuwe toegevoegd enz. Op den duur kregen ze dagelijks een nieuw woord, soms zelfs meerdere, naargelang ik bemerkte dat een kind aankon. Ik liet die nieuwe woordjes ook steeds een tijd op het bord staan, zodat ik ze nog eens kon aanwijzen en voorlezen als dit nodig was en ze ook visueel goed ingeprent werden. (Zoals met die kaarten van Happy Genius. Een methode die ik nu trouwens niet meer kan aanraden, vanwege de “onveiligheid” van de daarbij gebruikte woorden.) Later ben ik er dan tekeningetjes gaan naast zetten, om te helpen onthouden wat de woorden betekenden.
Tijdens de kleuterperiode van mijn jongste dochter Ashanti, had ik eindelijk een computer (2006) en ben ik die methode gaan maken met de computer. Ik maakte flashkaarten met de nieuwe woordjes op (gewoon een blad met meerdere woordjes op in verschillende kleuren en dikke letters met de afbeelding van elk woord erbij) die ik dan aan het bord hing totdat ze die woordjes kende. In de loop van de week kreeg ze dan die woordjes toegevoegd op haar werkbladen, naast de vorige die ze al deels kende, en zo leerde ze elk week een reeks nieuwe woordjes lezen en werden de oude regelmatig herhaald. Ik hoefde die zo meestal nog maar één keer voor te lezen voor de juiste uitspraak, als ik zo’n flashkaart aan het bord hing. Aangezien nu de afbeeldingen erbij stonden en ze dus zelf kon zien wat elk woord betekende. Zo kon ik de methode serieus verrijken en uitbreiden door prentjes te gebruiken, want mijn eigen tekentalent is niet zo uitgebreid dat ik al die woorden steeds juist kon illustreren… hihi. De gekende flashkaarten stak ik in een mapje, zodat ze altijd iets terug kon gaan opzoeken als ze het niet meer zeker wist. Een op maat gemaakte woordenboek dus eigenlijk. :-)
Dagelijks deze oefeningen geven, is wel heel belangrijk in de kleutertijd. Zo’n kleintje vergeet snel als het een tijdje daar niet mee bezig is, gewoonweg omdat er dagelijks ook nog zoveel andere dingen te ontdekken vallen in zo’n kleuterleven. En dan moet alles weer herhaald worden, waardoor heel het kunnen-lezen-proces weer opgeschoven wordt natuurlijk. Als ik een periode geen tijd had om nieuwe woorden toe te voegen aan de al gekende woorden, dan gaf ik gewoon herhalingsbladen. Zodat de oude toch in de herinnering bleven en het leren gestimuleerd bleef, en ik nadien weer gewoon nieuwe woorden kon toevoegen.
Één van de hoofdredenen dat ik al snel ben begonnen met een eigen methode te ontwikkelen, is dat het leren-lezen-materiaal dat verkrijgbaar is, steeds ontworpen is voor 6-jarige kinderen, die ook al in de mogelijkheid zijn tegelijk te leren schrijven. Dus om 3 à 4-jarigen te leren lezen, moest ik een methode vinden waarbij ze niet moesten schrijven. Naast de stickers wisselde ik af met knip- en plakoefeningen en ook lijntjes trekken, zodat hun schrijfvaardigheid wel gestimuleerd en ontwikkeld werd. Maar die werd verder natuurlijk ook nog ontwikkeld bij de andere lessen die ze kregen.
Ik legde me de eerste jaren telkens wel vooral toe op het leren lezen, want zoals ik al aanhaalde, dit opent de deur naar al het andere!